Expeditie Hongarije 2012 (deel 1 van 2)

 

Op de luchthaven van Budapest werd ik hartelijk welkom geheten door Robi, Joyce (zijn Nederlandse vrouw) en hun twee kinderen David en Roland. Nu nog twee en een half uurtjes rijden naar hun woonplaats Oroszló, een pittoresk dorpje midden in het schitterende Hongaarse heuvellandschap, gelegen in de provincie Baranyá.   In een visrestaurantje langs de Donau werd een korte stop gemaakt , omdat er natuurlijk zo snel mogelijk een écht Hongaars biertje moest worden gedronken.  “Soproni” werd het, heerlijke pils!

1Een korte stop voor een pilsje…


2…proost!


In dat restaurantje kon ik meteen al een beetje in de stemming komen, er hingen wat vissenkoppen aan de muur van o.a. karper (ponty) en meerval (harcsa). Samen met snoekbaars (süllő) en roofblei (balin) toch wel de belangrijkste vissoorten in Hongarije, waar in de praktijk het meest op gevist wordt. Maar er zwemt nog veel meer aan vis rond, vele tientallen (!) soorten zoetwatervis zijn er te vangen. Onze visserij zou zich echter voornamelijk gaan richten op snoekbaars, roofblei en er bestaat daar altijd de kans een kapitale meerval te haken als bijvangst.  Die rover komt er in praktisch elk water in ruime aantallen voor, vaak ook nog eens van een monsterformaat.

3Grote vissen worden daar graag geprepareerd en aan de muur gehangen als trofee…


4… in Nederland niet bepaald gebruikelijk!


In het hypocriete Nederland doen we altijd heel krampachtig over het meenemen van vissen als karper of snoek. We maken een heel merkwaardig onderscheid, wat eigenlijk op geen enkele manier uit te leggen is.  Als er in ons land forellen worden uitgezet op een vijvertje, en mensen mogen daar tegen betaling die vissen weer ophengelen voor consumptie… dan hoor je er  niemand over. Maar als je hetzelfde zou doen met karpertjes krijg je een stortvloed van kritiek over je heen. Hetzelfde geldt voor snoek, meenemen van snoek geldt hier als een doodzonde! Maar waarom eigenlijk? Een visser die een kabeljauw vangt en er kibbeling van maakt zal nooit op enige vorm van kritiek stuiten. Maar als je een snoek doodmaakt voor de pan zou je hier haast gelynched worden, foei!  Is die snoek dan meer waard dan een kabeljauw? Wat mij betreft niet.  In Hongarije wordt zo’n onderscheid niet gemaakt, vis = vis en bijna alle vissen worden er gegeten, zelfs brasem (dévér).  Robi is trouwens helemaal geen ‘vissenslachter’ zoals 99% van de Hongaarse vissers dat overigens wel is.  Hij behoort tot die ene procent, een zeldzaam type vissers dat voor zijn plezier naar de waterkant gaat, liefst ’s nachts. Een enkele keer gaat een snoekbaarsje mee naar huis om te eten maar bijna alles gaat retour. Eigenlijk is Robi precies zoals ik, een outsider die zijn eigen ding doet en niet meehobbelt met de massa.  Gedurende onze visweek bleek dan ook dat we elkaar perfect aanvoelen en aan de waterkant waren we dan ook echt een dreamteam! Ondanks de grote taalbarrière konden we elkaar moeiteloos aanvoelen en we hoefden elkaar maar een blik toe te werpen om elkaar te begrijpen.

 

5Aangezicht van het dorpje Oroszló, gelegen tussen de fraaie Hongaarse heuvelpartijen

Na een lange, maar voorspoedige autorit volgde een rondleiding door hun prachtige, ruime stulpje (+ waakhond Banjer) en konden de pijlen geslepen worden voor de eerste vissessie, die meteen diezelfde avond al zou gaan plaatvinden. Het plan voor de visweek zag er als volgt uit: minimaal 1 expeditie naar het Balatonmeer & 1 expeditie naar de Donau (beide stekken zijn minimaal een paar uur rijden!) De rest van de visnachten en middagen zouden we gaan volmaken aan de wat minder grote waters, iets dichter bij huis.  De meeste wateren liggen er op minimaal een half uurtje rijden, dus niet bepaald om de hoek.  Het gaat dan voornamelijk om meertjes, variërend van enkele tot enkele honderden hectaren.

6Banjer, echt een superlief beest, werd ook meteen mijn vriend!

Het eerste nachtje zouden we gaan snoekbaarzen op een meer genaamd ‘Pécsi tó’ , wat staat voor ‘Het meer van Pécs’.  Een vismaat van Róbi, Zoáti, vergezelde ons. Het was drukkend weer, met dreigend onweer en de snoekbaars zou wel eens hoog kunnen jagen! Volgens Róbi het meest spectaculair, visserij zou dan met kleine plugjes (‘wobbler’) moeten geschieden.  De aankomst op de stek, rond 23:00 uur ’s avonds was ronduit waanzinnig, niet eerder in mijn leven had ik zo’n enorme vreetorchie gezien! Wat was hier in godsnaam aan de hand?!

7Meteen werd een nachtsessie gepland, om de smaak te pakken te krijgen!


De stek, een eilandje in een ondiepe uithoek van het meer, is een soort van park waar wat lantaarnpalen staan.  Het water is hier niet veel meer dan 40 cm diep, overdag kun je overal de bodem zien en lijkt het een dooie boel. Maar ’s nachts is alles anders, dan trekken de snoekbaarzen masaal naar deze uithoek en daar drijven ze enorme scholen prooivis naar de oppervlakte, in teamverband.  In Nederland heb ik een dergelijke situatie nooit mogen aanschouwen! Wat een spektakel zeg, vele duizenden visjes van zo’n 10 cm sprongen overal (écht overal!) uit het water, en om de paar seconden hoorde je een enorme SMAK, gevolgd door een gigaplons. Het waren vette snoekbaarzen die de aasvisjes als broodkorsten van de oppervlakte snoepten, geholpen door de verlichting van de straatlantaarns.  Het was een vreetorchie die met geen pen te beschrijven is! Dit ging een makkie worden, dacht ik nog… zo’n 50 kleine plugjes had ik meegenomen dus dat ging helemaal goedkomen.

8
Robi wist het te presteren om toch nog een maatse snoekbaars te vangen

Niets bleek minder waar, de vis was wel zó selectief aan het jagen dat ze geen enkele interesse toonden voor de plugjes die we vlak voor hun bek trokken.  Uiteindelijk ving Róbi toch nog 1 snoekbaars op een Rapala Shallow Shad rap van 5 cm, en raakte nog een grote vis kwijt na een minuut. Kut, dat was een grote snoekbaars! Iets later ineens een enorme plons, alsof een Sint Bernard hond te water sprong! Volgens Róbi een enorme meerval, die een kijkje kwam nemen en kennelijk een snoekbaars te grazen nam.  Wat een leuke kennismaking met Hongarije, die eerste sessie op de eerste avond! De volgende dag volgde een autoritje door de buurt, en nam Róbi me mee naar een plek waar je een mooi uitzicht hebt over het meer van Pécs. De omgeving maakte veel indruk op me, ben in veel landen geweest maar Hongarije heeft onmiddelijk een plekje gekregen in mijn top 3 van mooiste landen, naast Noorwegen, die blijft voor mij op 1 staan, en Denemarken op een gedeelde 2e plaats met Hongarije. Kroatië is ook heel mooi, met het blauwe water van de Adriatische Zee… maar het haalt het niet bij Hongarije! Ook niet wat betreft mentaliteit van de bevolking, de gastvrijheid is in Hongarije echt hartverwarmend.  (en oprecht)

9Róbi en de rode Toyota, onze vismobiel voor deze week! (@Nils: net zo mishandeld als jouw Citroën Visa en Fiat Panda!)


10
Effe poseren voor het meer van Pécs.


11Een middelgroot meer met een duizelingwekkende visstand


12Gelegen in een waanzinnige omgeving, pittoreske landbouwgrond omring door loofbos


Róbi liet me in de stad Pécs nog een aantal viswinkels van dichtbij bewonderen.  Elke dorpje heeft minimaal 1 viswinkel, de kleine stadjes hebben er vaak wel 5 of meestal nog veel meer.  Ik was als een kind in een snoepwinkel, het kunstaas aanbod is er heel anders als bij ons… er vallen dingetjes te krijgen die bij ons nauwelijks meer te vinden zijn! Opvallend hoe veel flavours (@Joyce: geurstoffen) er verkrijgbaar zijn, Hongaarse karpervissers zijn helemaal gek van geurtjes en ik denk dat ik niet overdrijf als minimaal 50% van het aanbod bestaat aan boilies, gekke karperaasjes en allerhande geurstofjes. Al op de parkeerplaats wordt je bedwelmd, eenmaal binnen ga je bijna kotsen, de stank van de geurstoffen is er nog sterker dan in parfumerie Douglas.  Pure waanzin! Maar karpervissers die gek zijn op geurstofjes kunnen er giga aan hun trekken komen…

 

13De kunstaashoek, zelfs daar zijn alle hoekjes nog volgebouwd met potjes en flesjes geurstoffen voor karper!


14Twee grote kerels als kinderen in een snoepwinkel…


Ik kocht veel kunstaas, o.a.  leuke plugjes (wobbler) en shadjes (gummi) waar ik al heel lang naar op zoek was.  We gingen wederom op pad om te vissen, op snoekbaars. Ditmaal op een meer genaamd “Kovácsszénájai tó” (volgens mij betekent het zoiets als ‘het meer van meneer Kovács’ )
Alles gaat hier op dagvergunning als je op verschillende waters wilt vissen, je kunt ook een weekvergunning kopen maar dat is dan veel te duur. Je vist immers niet een week op hetzelfde water.  Belangrijk is wel dat je je vispas meeneemt, je pasnummer wordt overal geregistreerd!  Róbi heeft alles voor me geregeld, maar het is echt een heel gedoe daar met het verkrijgen van de juiste papieren. Alle meertjes hebben er een soort vis-clubhuisje waar je een dag- of weekticket kunt kopen.  De regels verschillen er sterk van meer tot meer, maar zonder je Hollandse vispas heb je doorgaans wel een probleem! Het doet dienst als een soort bewijs van bekwaamheid en als referentie. Contole is er streng, zeker op vreemdelingen.    Ik heb daar zelf geen last van gehad, omdat Róbi en goede bekende is van die controleurs, maar als je niet de luxe hebt van een visgids, zoals ik dat had… dan is het niet makkelijk om aan de juiste papieren te komen.

 

15Aankomst bij het meer, Róbi is hier binnen de vergunning aan het regelen met mijn vispas en ID kaart op zak!


16Er kan gevist worden, we mogen een bootje uitzoeken en we gaan het meer op

Dit meer bevat o.a. enorm veel karper & snoekbaars. De karpers springen overal!  We roeien naar een stille uithoek van het meer en tasten de bodem af met lichte shadjes (‘gummihal’) Om ons heen jagen de roofbleien visjes omhoog, schitterend om die enorme plonzen te zien tot vlak bij de boot. Hoe we ook ons best doen, het mocht niet baten. De roofblei & snoekbaars  waren nergens in geinteresseerd!  Totdat Róbi een grote snoekbaars in de rug haakte met een snel geviste Salmo Thrill , bedoeld voor roofblei (balin). Helaas raakte Róbi de snoekbaars kwijt, vlak bij de boot.  Het was een vis van minimaal 70 cm, jammer! (Sájnos!)

 

17Informatiebord bij het clubhuis.  


18Róbi roeit ons naar de stek…


19…schitterende omgeving, zelfs al vang je niks zoals wij die dag,  dan heb je toch nog een geslaagde dag meegemaakt!


In een stille uithoek van het meer was het echt genieten, er zwommen slangen… schildpadden, kikkers… zelfs een woudaapje vloog er rond (= reigerachtige vogel) Zelden zo’n indrukwekkende natuur meegemaakt! We vistten hier een beetje met shadjes, de zogenaamde ‘gummihal’ of korter gezegd ‘gummi’.  Helaas gaf de vis geen thuis! Maar wat geeft dat, in zo’n mooie omgeving.

 

20De stille uithoek van het meer, een intiem stukje water omringd door bos


21Róbi, geconcentreerd bezig


22Uitzicht op het meer zelf


23Veel diersoorten gezien die je in Nederland zelden tot nooit ziet!

Hierna weer in de boot gestapt, maar ondanks keihard werken geen vis meer gezien. Wel ving de beheerder van het water nog een spiegelkarpertje, die uiteraard in een soort van leefnet ging, want die was bedoeld voor consumptie!  In dat net zaten al wat karpers en giebels ( Kárás)

24Róbi druk bezig om de snoekbaarzen te vinden


25De beeherder vangt een kleine karper

26

Hongaars jochie

 

27… en de vis verdwijnt in een leefnetje


28Daar zaten al een paar visjes in…!

In deel 2 de rest van de story!

gr Tinus (Tínösz)

Geef een reactie